Projectresultaten

De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op de analyse van de lichaamsmaten van 2500 testpersonen en de resultaten van de enquête waarin gepolst werd naar de kennis van de eigen maten en meest voorkomende problemen bij de aankoop van kledij ingevuld door 530 personen.

1)  Analyse resultaten enquête

Uit de enquête konden volgende resultaten worden afgeleid:

1/3 van de mannen weet niet welke maat ze hebben voor broeken en kostuums. Het merendeel kent zijn jeansmaat en zijn hemdsmaat

Dames kennen hun maat voor broeken en rokken, maar hebben problemen om de juiste maat jeans te vinden. De meeste dames kennen hun maat voor bloezen.

Ondanks het feit dat de maat meestal gekend is, geeft 70 % van de vrouwen en 40 % van de mannen aan dat ze niet altijd dezelfde maat kunnen kopen. Dit is enerzijds te wijten aan de verschillende maten op landniveau (bv. 38 in België = 36 in Nederland = 42 in Italië), maar anderzijds ook dat de verschillende merken er een eigen maatsysteem op nahouden waarbij er soms tot 10 cm verschil is tussen 2 maatjes 38.

66 % van de vrouwen en 58 % van de mannen geven aan dat ze problemen hebben met de pasvorm van broeken. De meest voorkomende fout bij dames is de verhouding tussen heup en taille (45 %) gevolgd door de lengte (40 %). Bij heren heeft 81 % problemen met de lengte. Voor bovenkleding situeren de pasfouten bij dames zich ter hoogte van de buste (te klein). 40 % heeft ook opmerkingen over de mouwlengte. Bij heren zijn de schouders vaak te wijd en heeft 51 % problemen met de mouwlengte.

2) Analyse van de gemeten lichaamsmaten

Alle tabellen werden opgemaakt volgens de primaire maten en afmetingen zoals deze worden voorgeschreven in de Europese standaard EN 13403 part 3, gepubliceerd in 2013.

KINDEREN (3-13)

De steekproef van jonge kinderen was te klein om betrouwbare gemiddelden te kunnen berekenen waarop de matentabellen kunnen gebaseerd worden. Deze tabellen zijn voorlopig nog niet beschikbaar.

DAMES

De tabellen voor kledij welke het volledige lichaam bedekt (jurken) en voor kledij boven de taille (tops) zijn zeer gelijkend. Voor jurken is echter enige voorzichtigheid aangewezen omdat hier de ratio taille/heup zeer belangrijk is. Aangezien de primaire afmeting hier de borstomtrek is, kunnen de heup- en de tailleomtrek enkele cm te wijd zijn voor de leeftijdscategorieën tot 50 jaar. Boven de 50 jaar kunnen de heup- en tailleomtrek 2 tot 3 cm te klein zijn in de grotere maten. Voor een correcte verhouding verwijzen we naar de tabel voor kledij voor het onderlichaam waar de primaire maat de heupomtrek is.

Voor dames zijn er tabellen beschikbaar in 4 leeftijdscategorieën: 14 – 17 jaar, 18 – 25 jaar, 26 – 50 jaar en 51 – 70 jaar.

In de categorie 14 – 17 jaar gaat de range van maat 32 tot maat 44. De gemiddelde lichaamslengte is 165 cm.
In de categorieën 18 – 25 jaar en 26 – 50 jaar gaat de range van maat 34 tot maat 50. De gemiddelde lichaamslengte is 166 cm.

In de categorie 51 – 70 jaar gaat de range van maat 36 tot maat 50. De gemiddelde lichaamslengte is 164 cm.
In tegenstelling tot tabellen uit het verleden wordt de lengte niet aangepast in functie van grotere maten.
De tabellen voor kledij voor het onderlichaam dient gebruikt te worden voor broeken en rokken. Zoals reeds vermeld is de verhouding heup/taille extreem belangrijk voor een goede fit. In deze tabel werd de heupomtrek als primaire maat gekozen waardoor een compleet verschillende verhouding tussen de lichaamsmaten aanwezig is in vergelijking met de tabel voor kledij die het lichaam volledig bedekt. In de gepubliceerde Europese standaard wordt de tailleomtrek als primaire maat aangeduid, maar de meeste Europese landen zijn reeds akkoord om dit te herzien waardoor in de volgende versie de heupomtrek de primaire maat zal zijn.

Daarnaast is ook de keuze van de leeftijdscategorie uiterst belangrijk. Uit de metingen werd immers opgemerkt dat indien de heupomtrek over de jaren heen niet wijzigt, de vorm toch sterk verandert en de taille met ongeveer 7 cm toeneemt. In de kleinere maten zijn de verschillen in verhoudingen tussen beide matentabellen (kledij voor boven- en onderlichaam) relatief klein, maar in de grotere maten kan het verschil in tailleomtrek tot 4 cm bedragen wat overeenkomt met een sprong van 1 maat. Bij de jongere populatie zijn er tussen beide tabellen weinig verschillen op niveau van de heupomtrek, maar de taille is kleiner in de tabel voor kledij voor het onderlichaam. In de categorie 51 – 70 jaar zijn taille en heup breder in de tabel voor kledij voor het onderlichaam.
Voor tieners is het niet evident de meest geschikte matentabel aan te duiden. Sommige meisjes vertonen reeds echt vrouwelijke vormen waar anderen zich comfortabeler voelen in kinderkledij. Naast de tabellen gebaseerd op borst- en heupomtrek werden eveneens tabellen ontwikkeld op basis van leeftijd en lichaamslengte.

HEREN

De steekproef van kleine kinderen en tieners was te klein om betrouwbare gemiddelden te berekenen waarop matentabellen kunnen worden gebaseerd. Deze zijn momenteel dus nog niet beschikbaar.

De tabellen voor kledij die het volledige lichaam bedekt en kledij die het bovenlichaam bedekt zijn zeer gelijkend. Deze tabel dient gebruikt te worden voor kledij boven de taille en voor coveralls.

Voor heren werden er tabellen opgesteld in drie leeftijdscategorieën 18 – 25 jaar, 26 – 50 jaar en 51 – 70 jaar.
In de categorie 18 – 25 jaar gaat de range van maat 42 tot maat 54. De gemiddelde lichaamslengte is 178 cm.
In de categorieën 26 – 50 jaar gaat de range van maat 42 tot maat 60. De gemiddelde lichaamslengte is 180 cm.
In de categorieën 51 – 70 jaar gaat de range van maat 44 tot maat 62. De gemiddelde lichaamslengte is 176 cm.

De tabellen voor kledij die het onderlichaam bedekt dienen gebruikt te worden voor kledingstukken onder de taille, dus broeken. In deze tabel wordt de tailleomtrek als primaire maat gekozen waardoor we volledig verschillende proporties verkrijgen dan in de tabel voor kledij die het volledige lichaam bedekt.

Wanneer men de wijzigingen in lichaamsvorm voor de verschillende leeftijdscategorieën analyseert, wordt opgemerkt dat over de maten heen de tailleomtrek weinig verandert, maar de taillelijn verschuift van zo goed als horizontaal voor jonge mannen naar sterk geïnclineerd voor de oudere leeftijdscategorieën.

Bij het vergelijken van de tabellen voor kledij die het boven- (primaire maat = borstomtrek), respectievelijk het onderlichaam (primaire maat = tailleomtrek) bedekt, merken we op dat in de categorie 51 – 70 jaar de taille- en heupomtrek met 1 maat verminderen waar dit bij de jongeren een halve maat is.

De sprongen tussen de verschillende maten zijn niet meer proportioneel, maar gebeuren in functie van de wijzigingen in lichaamsvorm naarmate een persoon zwaarder wordt (allometrisch).

De nieuwe matentabellen zijn beschikbaar in het Nederlands en Engels. 

3) Analyse van de verschillen tussen de zelf gerapporteerde BMI en de gemeten BMI

In samenwerking met het WIV (Wetenschappelijk instituut voor volksgezondheid) werd een vergelijkende studie gedaan van de gerapporteerde BMI en de gemeten BMI.

In België heeft 33 % van de bevolking (18+) overgewicht en is 14 % obees. In gezondheidsstudies wordt om praktische redenen vaak gewerkt met de zelf gerapporteerde BMI.

Uit het onderzoek kon worden afgeleid dat er een significant verschil is in BMI op basis van leeftijd, gender en opleidingsniveau.

Op uitzondering van de leeftijdsgroep 18 – 26 jaar was het zelf gerapporteerde gewicht significant lager dan het gemeten gewicht. De zelf geschatte lengte was daarentegen hoger dan de gemeten lengte. Hierdoor was de zelf gerapporteerde BMI significant lager dan de gemeten BMI.

Het percentage obese personen in de steekproef was evenwel significant lager dan wat men in de literatuur vindt.
Het percentage personen dat hun gewicht verkeerd inschat is met een stijgende BMI daarentegen wel vergelijkbaar met wat men in de literatuur terugvindt. Het aantal obese personen in de steekproef was relatief klein. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat mensen met een significant overgewicht een zekere gene vertonen om zich te laten scannen en daardoor ondervertegenwoordigd waren in de steekproef. Dit betekent dat naar de toekomst toe de nieuwe matentabellen nog beter kunnen worden afgestemd in het domein van de grote maten. Dit zal worden onderzocht in het PWO project ADEPS - Anthropometric based estimation of adiposity.

4) Analyse van de morphotypes en ontwikkelen van avatars op basis van scans

Uit de visuele analyse van de scans kon worden afgeleid dat het indelen van lichaamsvormen volgens het HOAXY principe relevant is. Het bleek evenwel niet mogelijk om op basis van Principal Components Analysis de verschillende individuen toe te wijzen aan een bepaalde lichaamsvorm om zo een analyse te kunnen maken van de voorkomende lichaamsvormen per maat. We verwachtten om op basis van de verhoudingen tussen o.a. borst-, taille- en heupomtrek personen te kunnen toewijzen aan een bepaalde vorm, doch door de grote vormverschillen bij gelijke omtrekken bleek dit niet mogelijk. Te vaak bleek dat een persoon die op basis van omtrekmaten als figuurtype X kan beschouwd worden, in realiteit een figuurtype H is. In kader van nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met binnenlandse en buitenlandse universiteiten en onderzoekscentra zal dit probleem in de toekomst nog verder onderzocht worden.

Voor ieder matentabel werd per maat een avatar ontwikkeld die representatief is voor de gemiddelde persoon met deze maten. De vrouwelijke avatars zijn gebaseerd op 26 lichaamsmaten, de mannelijke avatars zijn op basis van 23 lichaamsmaten. Hiervoor werd samengewerkt met Bodylabs (USA).  

Mobirise